Samenwoners, als jullie gaan trouwen: LET OP!

Gepubliceerd op: 15 augustus 2019 14:30
Gewijzigd op: 15 augustus 2019 9:47

Nieuwsbericht door: De Mierlose Krant
Gepubliceerd in: Mierlo, Voorpagina

Onder het nieuwe recht (vanaf 1 januari 2018) trouwen echtgenoten nog steeds in gemeenschap van goederen als men vooraf geen huwelijksvoorwaarden maakt. Het grote verschil is dat erfenissen, schenkingen en hetgeen iemand aan privévermogen bij het aangaan van het huwelijk heeft niet meer in de gemeenschap van goederen vallen. Alleen de inkomsten, bezittingen en schulden die de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgen of maken, gaan tot de gemeenschap behoren. 

Tot de gemeenschap gaan eveneensbehoren alle goederen die reeds vóór het huwelijk aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden, alle vóór het huwelijk gemeenschappelijke schulden én alle schulden betreffende goederen die reeds vóór het huwelijk aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden. Onder het nieuwe recht is er (derhalve) sprake van een beperkte gemeenschap van goederen.

Meer-inbreng bij verkrijging gemeenschappelijke woning?
In de praktijk komt het regelmatig voor dat samenwoners gezamenlijk een woning in eigendom verkrijgen, hiervoor gezamenlijk een hypothecaire geldlening aangaan én dat één van de partners bij de verkrijging van deze gezamenlijke woning meer eigen geld heeft ingebracht (meer-inbreng) dan de ander. Door de meer-inbreng ontstaat een vergoedingsrecht van die ene partner op de andere partner.

Als deze samenwoners vervolgens trouwen in beperkte gemeenschap van goederen, zal de gezamenlijk in eigendom zijnde woning in de gemeenschap vallen, evenals de ter financiering van de gezamenlijke woning aangegane hypothecaire schuld. 

Wat is dan de situatie met betrekking tot voormelde vordering vanwege de meer-inbreng?
Deze vordering is een goed dat tot het voorhuwelijks vermogen behoort en dus niet in de gemeenschap valt. De schuld daarentegen is aan de zijde van de andere partner aan te merken als een schuld die is ontstaan bij de verkrijging van het onverdeeld aandeel in het gemeenschappelijke goed, en dus een schuld betreffende een gemeenschappelijk goed die in de gemeenschap valt.

Samenvattend:
• De voorhuwelijkse gemeenschappelijke woning valt in de beperkte gemeenschap van goederen.
• De schuld vanwege de meer-inbreng van de ene partner aan de andere partner/meerinbrenger behoort tot de beperkte gemeenschap van goederen.
• De vordering van de meerinbrengende partner vanwege de meer-inbreng valt niet in de beperkte gemeenschap van goederen.

Conclusie:
De vordering uit meer-inbreng wordt gehalveerd doordat de schuld in de gemeenschap valt en dan voor de helft door de  meerinbrenger gedragen wordt ! Dat betekent dat de meerinbrenger er flink op achteruit kan gaan. Hierop dienen samenlevers met trouwplannen bedacht te zijn. Huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden zijn dan de oplossing om de vordering uit meerinbreng veilig te stellen. Daarin kan worden opgenomen dat de schuld uit hoofde van de meer-inbreng buiten de beperkte gemeenschap van goederen valt.


Dit nieuwsbericht is 58 keer bekeken

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring

X
X